Meer grip op bewindvoering

Steeds meer gemeenten willen meer grip op de bewindvoering. Dat kan zijn om meer regie te krijgen op de kwaliteit van de trajecten, de inzet van een relatief zwaar instrument te beperken tot alleen noodzakelijke situaties, of de claim op de bijzondere bijstand in te dammen.

Vijf tips voor gemeenten om de kosten te beheersen

Bij langdurige of zelfs structureel beperkte zelfstandigheid wordt vaak gekozen voor beschermingsbewind. Bijvoorbeeld bij een verstandelijke beperking, langdurig onoplosbare schulden, ernstige gedragsproblematiek, psychische stoornis of verslaving.

Het aantal gevallen waarin mensen onder beschermingsbewind worden geplaatst, stijgt de afgelopen jaren fors. Sinds 2013 zijn de criteria voor beschermingsbewind gewijzigd. Het hebben van problematische schulden is in de wetgeving nadrukkelijk benoemd als een grond voor het instellen van bewind. En het aantal mensen met complexe problematische schulden stijgt.

Bovendien spelen er vaak diverse andere problemen rondom het huishouden, zoals gezondheid, sociale uitsluiting, psychische problematiek en verslaving. Voor een deel van deze mensen is beschermingsbewind een voorwaarde om tot een oplossing van de schulden te komen, of deze beheersbaar te houden.

Bewindvoering is voor een bepaalde groep inwoners een waardevol instrument. Het creëert rust voor de klant. Ook medewerkers in de zorg en maatschappelijke ondersteuning zien dat. Door de geldzaken en geldzorgen bij een bewindvoerder neer te leggen, kunnen uitvoerders beter de achterliggende problemen van de klant aanpakken.
Maar beschermingsbewind is een zwaar middel dat niet toegepast moet worden als er passende, lichtere alternatieven voorhanden zijn.

Vijf tips voor passende dienstverlening:

  1. Houd de alternatieve dienstverlening periodiek onder de loep. Zijn er passende instrumenten beschikbaar, zoals budgetbeheerpakketten, coaching, maatjesprojecten? Bepaal samen met de doelgroep, bewindvoerders en toeleiders welk pakket aan dienstverlening beschikbaar moet zijn om uitstroom uit bewind mogelijk en laagdrempeliger te maken. Alternatieve dienstverlening moet ook langdurig beschikbaar kunnen zijn. Op die manier kunnen mensen die structureel ondersteuning nodig hebben, maar voor wie bewindvoering niet noodzakelijk is, er ook gebruik van maken;
  2. Maak een communicatieplan om de (potentiële) doelgroep, bewindvoerders, toeleiders en rechtbank te informeren over de dienstverlening die er naast en in plaats van bewindvoering beschikbaar is. Herhaal dat periodiek en geef tijdig wijzigingen door;
  3. Open de blackbox: het is lastig als gemeente om inzicht te hebben in de doelgroep van beschermingsbewind. Zowel qua aantallen, als qua problematiek. En dat maakt het lastig om effectief beleid te kunnen voeren. Open de blackbox door bijvoorbeeld:
    • periodiek te bepalen welke informatiebehoefte er is bij de gemeente ten behoeve beleidsevaluatie en -formulering;
    • de periodieke herbeoordeling van de bijzondere bijstand als mogelijkheid te nemen om meer zicht te krijgen in de doelgroep, zowel individueel als op beleidsniveau, door een diagnose-instrument te gebruiken en vooraf bepaalde vragen te stellen;
    • de belangrijkste bewindvoerders en toeleiders eens per half jaar uit te nodigen en met hen de doelgroepontwikkelingen te bespreken en de behoefte aan aanvullende maatregelen;
  4. Helaas is het niet altijd zo dat de onderbewindgestelde kwalitatief goede bewindvoering krijgt aangeboden. De onderbewindgestelde kan daardoor in ernstiger problemen terecht komen en langer bewindvoering ontvangen, dan nodig is. Maak afspraken met bewindvoerders, bijvoorbeeld in een convenant, over diagnose, kwaliteit van dienstverlening, uitstroombevordering, warme overdracht, etc.
  5. Gemeenten kunnen zelf bijdragen aan de uitstroom door het bieden van diagnose, begeleiding en warme overdracht. Het is vaak lastig integraal vast te stellen wat nodig is om ervoor te zorgen dat iemand weer financieel zelfredzaam is. Daarin kunnen gemeenten faciliteren. Bijvoorbeeld door de klant actief te begeleiden richting financiële zelfstandigheid. Begeleiding die overigens niet stopt als de klant niet meer onder bewind staat. Nazorg is van belang om een terugval te voorkomen. Een warme overdracht tussen bewindvoerder en (budget)begeleiding vanuit de gemeente is hiertoe een must.