Schipperszoon Henk: leven als stuurman met een bipolaire stoornis

02 december 2020

Dit verhaal is onderdeel van onze serie Op de radar. Een serie over veerkracht in onzekere tijden. 

Ooit was varen op zee Henks lust en leven. Totdat hij teveel last kreeg van depressieve klachten. Pas na een duidelijke diagnose en aanpassingen van zijn levensstijl, de juiste zorg en medicatie ging het beter met hem. Henks voornaamste advies aan bestuurders en beleidsmakers in de zorg: “Ontmoeten en contact onderhouden zijn van levensbelang voor mensen die het moeilijk hebben. Juist in deze tijd. Werk aan een goed systeem dat dit faciliteert.”

Van nature noemt Henk zichzelf ‘enthousiast, vrolijk en ondernemend’. Zijn leven staat bol van de sociale activiteiten. En door gesprekken met een praktijkondersteuner van de GGZ voelt Henk zich gesteund. Ook het beoefenen van mindfulness helpt hem nu. Maar hij heeft het de eerste 36 jaar van zijn leven niet altijd makkelijk gehad. “Mijn ouders hadden een vrachtschip. Toen ik 7 jaar was, gingen mijn broer en ik naar een kosthuis. Ik heb bij verschillende kostgezinnen gewoond. Daarna bij een oom en tante. Ik zag mijn vader en moeder alleen in de vakanties. Toen ik 15 was, werd ik voor het eerst depressief. Dat was echt heftig.”

Van droom naar dieptepunt

Henk volgde het atheneum en ging naar de zeevaartschool in Vlissingen. Zijn grote droom. Hij voer daarna als stuurman op een zeeschip naar Afrika. “Dat was de lange periode vóór mijn diagnose zonder medicatie. Ik kreeg steeds vaker last van angstige gevoelens en depressiviteit. Dat overviel me dan zomaar.” Teruggekomen van een zeereis naar Afrika stapte Henk van boord. Hij had het niet alleen persoonlijk zwaar, maar had tijdens de reis dingen gezien die hij nooit meer wilde zien. Hij besloot toen in de Europese wateren te gaan varen. Maar in die periode volgde het dieptepunt: “Dat was het moment waarop ik een slaapzak en eten bij me had om een leegstaand gemeentehuis te kraken. Ik wilde daar actiegroepen vestigen. Toen is de politie gebeld en ben ik geboeid naar een psychiatrisch ziekenhuis gebracht waar ik gedwongen medicatie kreeg. Ik wilde dat niet en belandde in een isoleercel. Het was er heel moeilijk, maar ik had ook tijd om na te denken. Ik dacht toen aan een gezegde over buigen of breken: ‘als het stormt kan je het beste buigen zoals riet dat doet’. Ik besloot toen dat ik die pillen wilde gaan proberen.”

Van diagnose naar keerpunt

Toen in 1993 duidelijk werd dat hij kampte met een bipolaire stoornis verklaarde dat veel. “Ik leerde mezelf als het ware beter kennen. Ik ontdekte dat een bipolaire, oftewel manisch depressieve, stoornis een defect in de overdracht in je hersenen is. Als de stofjes uit balans zijn, kun je manisch worden en bij een tekort schiet je in een depressie.” Na de diagnose is hij nooit meer gaan varen. “Ooit was varen mijn lust en mijn leven. Als ik terugkijk vind ik het allemaal prachtig, dan vergeet ik de ellende uit die tijd.”

De psychiatrisch verpleegkundige, door wie hij begeleid werd toen hij weer thuis was na een reeks opnames, droeg bij aan zijn keerpunt. “Haar zal ik nooit vergeten. Zij zei op een gegeven moment: ‘Henk, we kunnen het telkens hebben over wat je mist, maar je kan ook eens op een rij gaan zetten welke dingen die je allemaal wél kan. Kom over 14 dagen maar terug met een lijstje.’ Toen bedacht ik me dat ik een leuk volkstuintje had, dat ik vanuit de kerk graag oudere mensen bezocht en dat ik vrijwilligerswerk deed bij een scheepvaartmuseum in Rotterdam. Ik zag toen ineens wat ik allemaal wel kon en ook wat ik al deed.”

Van beperking naar hoop als leidraad

“Je kunt mijn stoornis een beperking noemen, maar ik heb een goed leven nu. Ik ben voorlichting gaan geven en kon daarbij spreken uit eigen ervaring. Bijvoorbeeld over hoe om te gaan met mensen met verward gedrag. Ik sprak voor verpleegkundigen en politieagenten. Ik kwam in buurthuizen en op scholen. Dit werk voelde eigenlijk als een soort coming-out. Het was niet makkelijk om over mijn verleden te praten, maar het heeft me goed gedaan.”

Henk kan nu goed omgaan met zijn bipolaire stoornis en bouwt verder aan zijn leven na de diagnose. Een leven dat bol staat van sociale activiteiten.

“Ik vergeet mijn beperking gewoon. Ik heb een tatoeage met ‘hope’ op mijn arm. Het is in mijn eigen handschrift. Het staat voor ‘hope is my only dope’. Dat is hoe ik nu in het leven sta.”

Van ervaring naar advies

Henks adviezen aan iedereen die werkt met en/of voor mensen met een psychiatrische achtergrond:

  • Werk met ervaringsdeskundigen om stigma’s weg te nemen. Ik werd nog lang beoordeeld op die ene keer dat ik ontspoorde. Dit bleef geruime tijd aan me kleven.
  • Erken dat mensen niet hun diagnose zijn. Kijk samen met iemand naar wat hij of zij allemaal wel kan. Voor mij is dat een verschil van dag en nacht geweest.
  • Werk aan een systeem waarin mensen de gelegenheid krijgen om elkaar te ontmoeten. Laat mensen niet alleen met hun ziel onder hun arm lopen. Een kop koffie is het enige wat er nodig is: even de dag bespreken. Dat heeft mij echt goed gedaan.