Complexe problemen horen wél thuis bij sociale teams

Nieuws - 08 november 2016

Complexe problemen horen niet thuis bij sociale wijkteams, aldus op 27 oktober jl. de kop boven een berichtin de VNG-nieuwsbrief naar aanleiding van de Hannie van Leeuwenlezing 2016 door Jantine Kriens, voorzitter van de VNG-directieraad. Wij zien dit anders. Complexe problemen horen wél thuis bij sociale wijkteams.

Individuele trajecten

Laten we eerst de argumentatie van Jantine Kriens eens bekijken. Zij zegt dat sociale teams zich niet bezig zouden moeten houden met de 5% complexe problematieken, zoals dementerende ouderen zonder netwerk, verwarde personen, of multiprobleemgezinnen. Deze mensen hebben individuele trajecten nodig, met heel veel aandacht en een relatief hoog budget. Daar hebben we volgens Kriens andere, gespecialiseerde zorg voor, zoals veiligheidshuizen, dak- en thuislozenopvang of Veilig Thuisorganisaties.

Wel of niet complex

Maar waarom hoort complexe problematiek in onze ogen wel bij sociale teams? Allereerst is het gekunsteld en vaak niet eens mogelijk om bij voorbaat al onderscheid te maken tussen wel of niet complex. Een schijnbaar eenvoudige kwestie als schuldsanering kan later een voorbode blijken van veel omvangrijkere, samenhangende problematiek van gedrags- en relatieproblemen, eenzaamheid, angsten, dreigende huisuitzetting en werkloosheid.

Bredere blik wijkteam

In die gevallen hebben wijkteams een veel bredere blik dan gespecialiseerde zorg. Zij kijken wat er allemaal speelt en pakken het geheel aan. In de praktijk blijkt gespecialiseerde zorg nog niet integraal te werken voor veel multiproblematiek. Problemen worden opgeknipt en het bevorderen van zelfregie en afschalen is in de gespecialiseerde zorg nog geen gemeengoed.

Samenhangend aanbod

De regietaak op het samenhangende aanbod ligt bij uitstek bij de sociale teams. Het team houdt in de gaten of een aanpak werkt, de rest van het gezin of de omgeving goed aangehaakt is, afstemming tussen verschillende vormen van hulp op orde is, en of bijstelling nodig is. Het team kan (tijdelijk) aanvullende expertise inschakelen om iemand sneller vooruit te helpen of escalatie te voorkomen. En het team is geprikkeld om doelmatig en kostenbewust te werken, preventief en gericht op normalisatie.

Op tijd opschalen

De teams zijn nu bijna twee jaar bezig en volop in ontwikkeling. We zien in de praktijk dat een sociaal team erg veel tijd kwijt kan zijn met notoire overlastgevers als LVB-gezinnen die zich in geen enkele wijk kunnen handhaven, of met dak- en thuislozen. Dat gaat knellen als het team over onvoldoende capaciteit en expertise beschikt. Ook moet een team op tijd opschalen en niet te veel zelf willen oplossen als specifieke expertise sneller en beter werkt.

Voldoende capaciteit

Gemeenten kunnen voor voldoende capaciteit in de eerste lijn zorgen door mensen en middelen van tweede naar eerste lijn te verplaatsen. Daarnaast richten sommige gemeenten naast het reguliere sociale team een stedelijk MPH-team in met gespecialiseerde hulpverleners. In plattelandsgebieden kan dat een regionaal team zijn. Zulke teams werken op dezelfde manier als een gewoon sociaal team, maar beschikken over specifieke kennis, vaardigheden (zoals binnenkomen bij zorgwekkende zorgmijders) en competenties om zeer complexe situaties of intensieve trajecten op te pakken. Het gevaar hierbij is dat, als de werkprocessen niet heel goed zijn ingeregeld, de zaak weer wordt opgeknipt, met alle transactiemomenten en -kosten van dien. Daarom is het heel belangrijk dat op lokaal niveau werkafspraken zijn gemaakt waar iedereen zich in kan vinden en ook naar handelt.

Naar voren halen

Gemeenten kunnen ook veel voorkomende gespecialiseerde hulp ´naar voren halen’ en direct koppelen aan het sociaal team, zodat doorverwijzing niet nodig is. Denk aan de begeleiding van thuiswonende GGZ- of LVB-cliënten. Het sociaal team verleent op die manier de gespecialiseerde hulpverlening, waardoor mensen minder gemakkelijk uit beeld raken.

Belangrijke randvoorwaarde

Tot slot benoemen we nog een heel belangrijke randvoorwaarde: de sociaal werker moet de ruimte en het vertrouwen krijgen om de regie te nemen op het ondersteuningsproces. Want maatwerk komt tot stand tussen inwoner en sociaal werker. Dit betekent dat de professional onafhankelijk moet kunnen opereren en mandaat moet hebben om te beslissen over de inzet van ondersteuning.

Doorontwikkeling grensoverschrijdende aanpak

Jantine Kriens heeft het over intermenselijk handelen dat zich niet laat voorspellen. Sociaal beleid als vorm van persoonlijke aandacht en maatwerk. En zo is het. De sociaal werker moet vertrouwen krijgen om te doen wat moet gebeuren, waarbij fouten of misverstanden niet de aanleiding zijn voor meer controle en regels maar voor doorontwikkeling van een grensoverschrijdende aanpak. Wij zien dat gemeenten die geloven in deze visie nu stappen aan het maken zijn.

Slimmer organiseren

Laten we concluderend dus niet zeggen dat complexe problematiek niet bij het sociaal team hoort. Die hoort daar wel. Alleen moet het team er niet te lang mee blijven doormodderen en gemeenten moeten benodigde capaciteit slimmer organiseren.

 

De auteurs van dit artikel (Marjon Breed, Peter van Dalen, Riesje Paulissen, Hugo ter Steege e.a.) maken deel uit van het Expertteam Sociale Teams.
Dit artikel is ook verschenen op Binnenlands Bestuur.