Collega Mirte: “Alles wat ik doe draait om inclusie en beter samenleven”

18 november 2020

Een serie over ons werk, over het hoe en waarom

Bij wie werk en privé zó natuurlijk samenvallen als bij collega Mirte Loeffen, zit het met de balans tussen hoofd en hart goed. Hier kan geen twijfel over bestaan wanneer je privé doet wat je op je werk predikt. Lokaal burgerkracht benutten is wat ze als adviseur propageert en als burger dóet. Ze is bezield maatschappelijk betrokken en houdt haar kennispeil geestdriftig hoog. Hoe en waarom doet Mirte Loeffen wat ze doet? En welk maatschappelijk vraagstuk is volgens haar op dit moment het meest urgent om bij de lurven te grijpen?

Inclusie, diversiteit, inburgering, radicalisering en jeugdzorg zijn thema’s die haar loopbaan het meest raken. Ze is van zoveel markten thuis dat je je kunt afvragen hóe ze het bolwerkt. Mirte: “Eigenlijk zit in alles wat ik doe de innerlijke drive om alsmaar bedrevener te worden in beter samenleven. Dáár kom ik elke dag mijn bed voor uit.”

Kijkend naar je kennis en kunde, kun je je afvragen hóe je het voor elkaar krijgt om zoveel te combineren. Hóe doe je dat?

“Alles wat ik doe resoneert met mijn opdrachten. Ik beweeg mee. Ik lees en bestudeer wat er op dat moment toe doet. Er is wel een rode draad; alles wat ik doe draait om inclusie en beter samenleven.”

Om haar eigen burgerkracht in te zetten in de lokale praktijk, haar woonplaats, zit Mirte in het bestuur van Humanitas Apeldoorn. Daarnaast is ze oprichter en al 20 jaar voorzitter van Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland én is zelf ook pleegouder. Moeder van vier kinderen. “Ik heb er één zelf gebaard en ik kreeg er drie in de schoot geworpen. Daar ben ik nu pleegmoeder van. Dus ik ken alle pleegzorginstanties, zowel via mijn werk als privé. Ik ga met ze in gesprek als adviseur en als moeder thuis aan de keukentafel.”

Een volle maatschappelijke agenda

Maatschappelijke vraagstukken vullen haar agenda. Vraagstukken rondom jeugd en inclusie doen dat het meest. Dat is altijd al zo geweest. Met beide ouders in het onderwijs kreeg ze al vroeg begrip voor jongeren die spaak liepen op school en bij instanties. Zelf wilde ze het onderwijs niet in. “Ik wilde filosofie studeren, maar mijn vader zei dat ik beter iets kon gaan doen waar ik geld mee kon verdienen. Toen vatte ik het plan op om simultaan twee studies te gaan doen; mijn vader zijn zin en ik mijn zin.”

“In de studies Wijsbegeerte en Orthopedagogiek vond ik mijn ideale combinatie. Wijsbegeerte is het meest abstracte dat je kunt verzinnen en orthopedagogiek is juist heel concreet (orthopedagogiek: wetenschappelijke wijze die het handelen bestudeert in problematische opvoedingssituaties, red.). Het switchen tussen abstract denken aan de ene kant en concreet handelen aan de andere kant vind ik fantastisch om te doen.”

“De taak die pleeggrootouders op zich nemen is van onschatbare waarde”

Mirtes eerst baan was bij het Nederlands Jeugdinstituut. 20 jaar geleden deed ze hier onderzoek naar netwerkpleegzorg, waarbij ze onder andere de rol van pleeggrootouders bij de opvoeding van hun kleinkind(eren) onderzocht. “De wilskracht en het doorzettingsvermogen van deze bijzondere opa’s en oma’s om een positieve bijdrage te leveren aan de opvoeding van hun kleinkinderen maakte een verpletterende indruk op me.”

De pleeggrootouders heeft ze nooit meer losgelaten. Ze richtte zelfs de Stichting Belangenbehartiging Pleeggrootouders Nederland voor hen op. “Ik wilde, en wil nog steeds, dat deze groep pleegouders bekender wordt bij een breed publiek. De taak die pleeggrootouders op zich nemen is van onschatbare waarde. De potentie onder deze groep, om een deel van de zorg voor kleinkinderen op te vangen, wordt komende jaren alleen maar belangrijker. Dat blijf ik agenderen. Er zijn mega lange wachtlijsten in de jeugdhulp en de vergrijzing staat op de stoep met ouderen die steeds langer fit zijn. We moeten de hulp van grootouders beter gaan benutten.”

Een maatschappelijk betrokken én commercieel hart; een gouden combinatie

Na het Jeugdinstituut werkte Mirte voor het landelijke implementatiebureau Collegio, een kennispraktijk voor de jeugdzorg, dat was opgericht door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het bureau werd in de loop der tijd omgebogen van een 100% gesubsidieerd model naar 100% commercieel. Hier ontdekte Mirte hoe fijn ze het vond om bij een commercieel bedrijf te werken. “De relatie tussen opdrachtgever en -nemer blijft helder en opdrachtgevers committeren zich meer aan de uitkomst, omdat ze een traject met hun eigen geld inkopen.”

Na twee andere commerciële banen in het sociaal domein, heeft ze sinds 2017 haar plek gevonden bij RadarAdvies. “De beste plek so far. Er is veel vrijheid, vertrouwen en, sinds de laatste jaren, een diverse club collega’s. Hier word ik heel gelukkig van; mensen met verschillende achtergronden die samenwerken. Bovendien is het een bureau met een goed evenwicht tussen mens- en zaakgerichtheid.”

Bedreven in beter samenleven anno 2021

Welk maatschappelijk vraagstuk is nu het meest urgent, bekeken door jouw expertisebril?

“De twee grootste maatschappelijke vraagstukken van dit moment zijn wat mij betreft het klimaat en de huidige hyperdiversiteit. Voor de Nederlandse samenleving is hyperdiversiteit misschien wel het belangrijkste thema om nu bij de lurven te grijpen en voorlopig niet meer los te laten. De grote vraag hierbij: lukt het ons om vanuit gezamenlijkheid te blijven denken? Daar heb ik mijn twijfels over en de onzekerheid of we dat samen kunnen, vind ik super spannend.”

Wat is het spannendst?

“Of het ooit gaat lukken om het ideaal van een inclusieve samenleving te realiseren. Tijdens een recent onderzoek over moslimdiscriminatie heb ik veel moslims gesproken. Dan hoor ik ze concluderen dat ze steeds meer uitsluiting ervaren en graag net zoveel aandacht voor het bevorderen van inclusie zouden zien als die er is ten aanzien van de LHBTIQ+-gemeenschap. Dat baart me zorgen; een grote groep die zich nog steeds niet onderdeel voelt van de samenleving. Daarmee laten we veel sociaal kapitaal liggen.”

Hoe kunnen we rooskleurig naar de samenleving blijven kijken?

“We moeten in ieder geval de hoop niet opgeven en allen betrokkenen moeten hard werken voor een echt inclusieve samenleving. Het is een spannende, moeilijke tijd, maar ik houd hoop. Zeker als ik in mijn werk mensen tegenkom die de moed niet opgeven. Ondanks alles wat ze zelf hebben meegemaakt.”

Kun je een voorbeeld geven?

“Ik mocht in opdracht van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) focusgroepen begeleiden met mensen met verschillende culturele achtergronden: Koerden, Somaliërs, Eritreeërs, Turken, Marokkanen en Afro-Caraïbische mensen. Stuk voor stuk sleutelfiguren in hun gemeenschap. Het zijn nieuwe Nederlanders die zich 200% inzetten voor een betere samenleving. Ook als ze er niet geboren en getogen zijn. Mensen met een onuitputtelijke inzet, ijver en vooral ook moed. Hun power, maatschappelijke betrokkenheid en know how is ongelofelijk. Ze zitten in tal van verenigingen, richten stichtingen op, werken hard voor een goede baan en hebben vaak nog een gezin ook.”

Hoe belangrijk zijn deze sleutelfiguren bij het bevorderen van inclusiviteit?

“Als deze mensen meer ruimte en een podium krijgen dan kan ik eerdergenoemde zorgen bij wijze van spreken wel overboord gooien. Dan gaan burgers en beleidsmakers deze sleutelfiguren zién. En als we dan allemaal meer gaan samenwerken dan komt het wel goed met onze samenleving. Ook al is er nog een lange weg te gaan; laten we de moed niet verliezen en met z’n allen bedreven worden in beter samenleven.”


 

Op dit moment ondersteunt Mirte een grote gemeente bij de herinrichting van de subsidiesystematiek rondom inclusie en diversiteit, is zij onafhankelijk gespreksleider bij sessies ter introductie op de nieuwe Inburgeringswet, geeft en ontwikkelt zij trainingen voor het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering en biedt zij op Europees niveau ondersteuning aan lidstaten die deelnemen aan het Radicalisation Awareness Network in de vorm van trainingen over het herkennen en signaleren van en handelen in het geval van radicalisering.