Bestaanszekerheid begint waar de regeling ophoudt
Prinsjesdag brengt nieuwe plannen rond inkomen en bestaanszekerheid. Wat betekenen die plannen straks in de praktijk voor gemeenten en inwoners? Koopkracht en sociale zekerheid zijn een belangrijke basis. Toch wordt bestaanszekerheid uiteindelijk niet bepaald door regelingen alleen. Het gaat ook over de vraag of inwoners de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben en of zij zich daarbij gezien en serieus genomen voelen.
Bestaanszekerheid gaat over meer dan inkomen en regelingen alleen. Het gaat ook over de vraag of inwoners de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben, of die aansluit bij hun situatie en of zij zich gezien, gehoord en serieus genomen voelen.
Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening biedt kansen om inwoners eerder in beeld te krijgen en ondersteuning beter te laten aansluiten op wat zij nodig hebben. Ook lokaal zien we steeds meer voorbeelden van gemeenten, maatschappelijke organisaties en professionals die deze stap al zetten.
Want uiteindelijk gaat bestaanszekerheid niet alleen over geld en regelingen. Het gaat ook over waardigheid, rechtvaardigheid en de manier waarop overheid en inwoner met elkaar omgaan. Juist daar wordt het verschil gemaakt.
Bestaanszekerheid in de praktijk
Een inwoner staat klaar om te verhuizen. Alles is geregeld, maar bij de nieuwe huurwoning aangekomen blijken de sleutels er niet te zijn. De woningcorporatie stelt voor om de oplevering een week uit te stellen.
De medewerker van het sociaal team is erbij en weet wat dat voor deze inwoner betekent. Nog een week wachten is geen oplossing. Daarom blijft de medewerker ter plekke. Vijf uur later komt er een slotenmaker, gaat de deur open en kan de inwoner alsnog de nieuwe woning in.
Op papier lijkt dit een incident. In de praktijk herkennen veel inwoners dit soort situaties. Formulieren waarin zij moeten uitleggen waarom ze niet zelf in hun basisbehoeften kunnen voorzien. De vraag om gratis hun ervaringsverhaal te delen ter inspiratie van een groep professionals. Een uitnodiging voor een empowermenttraining, met de mededeling dat niet komen opdagen gevolgen kan hebben voor de uitkering. Of een afspraak met een werkcoach die een uur van tevoren wordt afgezegd zonder uitleg.
Inwoners hebben dagelijks contact met gemeenten, woningcorporaties en andere organisaties. Vaak met de beste bedoelingen, maar niet altijd vanuit gelijkwaardigheid. Dat is niet eenvoudig te veranderen, maar het kan wel. Door anders te kijken, beter aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners en ondersteuning eenvoudiger en toegankelijker te maken.
Wat vraagt dit van gemeenten en uitvoeringsorganisaties?
Vier inzichten uit de praktijk:
1. Niet-gebruik is een signaal
Als inwoners geen gebruikmaken van ondersteuning, ligt de focus al snel op communicatie. Mensen kennen de regeling niet of de uitleg is te ingewikkeld. Daarmee missen we een belangrijk deel van het probleem. Niet-gebruik heeft ook te maken met schaamte, wantrouwen, eerdere negatieve ervaringen of een aanvraag die op dat moment te veel energie en overzicht vraagt. Soms past de oplossing of regeling bovendien helemaal niet bij wat de inwoner nodig heeft.
Niet-gebruik is geen probleem van inwoners, maar een belangrijk signaal voor de overheid. Het laat zien waar beleid, uitvoering of communicatie niet goed aansluiten. Wie dat signaal serieus neemt, begrijpt beter waarom inwoners afhaken en waar ondersteuning beter kan aansluiten op hun situatie.
De vraag is daarom niet alleen hoe we meer inwoners bereiken, maar vooral waarom we hen nog niet bereiken. Wat hebben zij nodig om ondersteuning te kunnen, willen en durven aanvragen en er echt mee geholpen te zijn?
2. Als de situatie daarom vraagt: ruimte voor maatwerk
Processen, klantreizen en toegankelijke regelingen zijn belangrijk. Maar daarmee ben je er niet. Collega’s en organisaties moeten elkaar weten te vinden, samen keuzes maken en verder kijken dan hun eigen taak of procedure.
Een professional ziet wat er gebeurt als een proces vastloopt. Vervolgens neemt die professional verantwoordelijkheid en doet wat nodig is.
Daarvoor zijn niet alleen goede systemen nodig. Ook de cultuur binnen een organisatie telt. Professionals moeten niet alleen kijken naar wat volgens de regels kan, maar ook naar waarom die regels er zijn en wat een inwoner nodig heeft.
Dat vraagt om ruimte voor maatwerk. Niet om regels los te laten, maar om ze toe te passen vanuit het doel waarvoor ze bedoeld zijn.
3. Eerder in beeld, eerder ondersteunen
Wie inwoners eerder in beeld heeft, kan ook eerder ondersteuning bieden. Zo voorkom je dat geldzorgen, schulden of andere problemen groter worden.
Mogelijkheden voor gegevensuitwisseling en meer data kunnen helpen om signalen eerder op te merken. Maar een signaal vertelt niet het hele verhaal. Het vraagt om een zorgvuldige afweging: welke informatie gebruik je, wat weet je wel en niet over iemands situatie en hoe bied je hulp zonder de regie over te nemen?
Daarom zijn ervaringsdeskundigen, maatschappelijke organisaties en vertrouwde gezichten in de buurt zo belangrijk. Uit ons onderzoek onder werkende inwoners met geldzorgen in Dronten bleek hoe belangrijk het is om inwoners vroegtijdig te bereiken en degene te zijn – of iemand te bieden - die naast hen staat. Veel mensen zoeken pas hulp als problemen zich hebben opgestapeld. Dat onderstreept het belang van proactieve dienstverlening en samenwerken met mensen en organisaties die inwoners al kennen en vertrouwen.
4. Begin bij de inwoner
Veel gemeenten hoeven niet opnieuw te beginnen. Vaak ligt de oplossing in het beter benutten van bestaande kennis, netwerken en ondersteuning. Door steeds te toetsen of beleid aansluit bij de dagelijkse praktijk van inwoners, wordt sneller zichtbaar waar ondersteuning beter kan aansluiten op wat mensen nodig hebben.
Dat begint met:
onderzoeken waarom inwoners regelingen niet gebruiken
identificeren van inwonersinitiatieven en professionals die al behoorlijke resultaten behalen en daarvan leren
aansluiten op vertrouwde mensen en organisaties in de wijk (overheidsparticipatie)
ervaringsdeskundigen betrekken bij alles wat je doet
samen processen begrijpelijker, menselijker en toegankelijker maken
professionals ruimte geven voor maatwerk
regelmatig toetsen of beleid in de praktijk doet wat het moet doen
Of het nu gaat om bestaanszekerheid, kansengelijkheid, financiële gezondheid of mensgerichte dienstverlening: uiteindelijk gaat het erom dat inwoners mee kunnen doen, grip houden op hun leven en passende hulp kunnen vinden wanneer dat nodig is.
De medewerker van het sociaal team veranderde het systeem niet. Op een belangrijk moment voorkwam die medewerker wel dat regels en procedures belangrijker werden dan de inwoner. Voor deze inwoner maakte dat het verschil.
De vraag is daarom niet alleen welke ondersteuning beschikbaar is, maar vooral of die ondersteuning inwoners bereikt en daadwerkelijk helpt.
Samen werken aan bestaanszekerheid
Wij helpen bij het onderzoeken van niet-gebruik, het benutten van ervaringskennis en het verbinden van beleid met de dagelijkse praktijk. Zo ontstaat ruimte voor een aanpak die verder kijkt dan de regeling alleen en oog heeft voor de onderliggende oorzaken van armoede. Ondersteuning die niet alleen goed bedoeld is, maar ook aansluit bij wat mensen daadwerkelijk nodig hebben.