Na corona: veerkrachtige civil society vraagt gemeente die investeert

Nieuws - 08 mei 2020

Door: Wim Klei-Overklift Vaupel Kleyn

Om onze economie en samenleving na de coronacrisis weer op de rit te krijgen, vraagt onze civil society gemeenten om nu niet te bezuinigen, maar te investeren in lokaal sociaal beleid. Gemeenten en inwoners hebben elkaar hard nodig. Tegen de achtergrond van dreigende financiële tekorten mag investeren een lastig verhaal zijn, maar het verdient zich terug.

Begin dit jaar draaide de economie nog op volle kracht, met vrijwel volledige werkgelegenheid. Gemeentelijke steun aan zzp’ers, kleine zelfstandigen en mensen die nu hun baan zijn kwijtgeraakt kan dus vanuit het volle vertrouwen dat zij niets liever willen dan snel weer aan de slag gaan. Daar mag best wat tegenover staan: wat kunnen deze ‘gouden handjes’ doen om de samenleving er versneld weer bovenop te helpen?

Tegelijkertijd vrezen lokale bestuurders voor de blijvende psychosociale schade bij kwetsbare groepen, een substantieel slechter toekomstperspectief voor jongeren en oplopende sociale spanningen. Ondertussen ervaren gemeenten nu nog een enorme uitvoeringsdruk met GGD’en, sociale diensten en ondernemersloketten die overuren draaien. En een derde van de gemeenten kreeg haar begroting voor de coronacrisis al niet rond, laat onderzoek van NRC zien. De crisis heeft hun precaire financiële situatie nog nijpender gemaakt.

Hulpverlening gemeenten na corona; pak ruimte om te experimenteren

Er is dus nú urgentie om de hulpverlening aan deze mensen tot échte en vergaande innovatie te bewegen. Vrijwel alle gemeenten hebben de afgelopen jaren ingezet op sociale of buurtteams. Daar omheen sprankelt het van ideeën, die lang niet allemaal in praktijk zijn gebracht. Ook dat vraagt om een beetje geld, maar vooral om ruimte voor experimenten. Reden is er genoeg: de pandemie kan bijvoorbeeld onder nabestaanden en overlevenden nog de nodige posttraumatische stress veroorzaken. Bovendien blijken innovatieve vormen van hulp vaak verrassend kosteneffectief. De ambulante ondersteuning voor GGZ-cliënten is daarvan een voorbeeld.

Jeugdzorg na corona; barrières slechten die innovatie in de weg staan

Zorgen hebben gemeenten ook over wat de coronacrisis doet met jongeren in de jeugdzorg. De crisis laat de tekorten van het jeugdzorgstelsel zien. We kunnen deze jongeren en gezinnen niet zelf de gevolgen daarvan laten dragen. In de 1,5 meter-samenleving moeten gemeenten en jeugdzorginstellingen niet langer kissebissen over tegengestelde organisatiebelangen, maar barrières slechten die innovatie in de weg staan. Ambulante en online vormen van jeugdhulp, gezinshuizen en het coachen van jongeren maken hier het verschil. En ja, dat kost in aanvang óók extra geld.

Openbare orde en veiligheid na corona: geef extra aandacht aan sociale spanningen

Iedere crisis leidt bijna per definitie tot sociale spanningen. Mensen zoeken naar een zondebok, ervaren groeiende tegenstellingen en ongelijkheid of voelen zich buitengesloten. Gemeenten zullen na de pandemie extra aandacht moeten geven aan sociale spanningen die een uitweg zoeken. Dat is van belang omwille van de openbare orde en veiligheid, maar ook vanuit het perspectief van burgerschap.

Sociale spanningen zijn een vorm van – moeilijk herkenbare – betrokkenheid. Een teken dat mensen zich zorgen maken. Wanneer mensen elkaars zorgen herkennen, wordt gezamenlijk optrekken opeens vanzelfsprekend. Onderlinge verschillen worden dan al snel heel relatief. Dat is wat onderzoek naar polarisatie ons leert. Niet voor niets hielpen Haagse hangjongeren bij de voedselbank. Over verschillen heenstappen omdat je in hetzelfde schuitje zit; dat bij uitstek kenmerkt de veerkracht van de civil society.

Dé sleutel na corona: een zelforganiserende civil society

De civil society laat zich het best definiëren als het zelforganiserende vermogen van de samenleving. Het is dé sleutel om de maatschappij weer aan de praat te krijgen. Tijdens de intelligente lockdown hebben mensen massaal gehoor gegeven aan de oproep van minister-president Rutte tot het tonen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. We moeten daar niet naïef in zijn. Als de situatie het weer toelaat, zullen we weer meer het eigen belang voorop gaan zetten. Maar toch, onder de getoonde verantwoordelijkheid ligt een diep besef dat we de maatschappij sámen vorm geven. Nederland in lockdown laat zien dat we daar als samenleving uitstekend toe in staat zijn. Terwijl de overheid zich richtte op haar kerntaken, nam de civil society het heft heel natuurlijk in handen. Familie-, buurt- en gemeenschapsnetwerken komen direct tot bloei en in actie.

Daar mag de civil society wat voor terug verwachten. Een gemeente die zorgt dat haar inwoners niet aan de zijlijn staan. En dat kost dus geld. En dat is dus tegen de achtergrond van dreigende financiële tekorten best een lastig verhaal. Maar draai het om. De acute uitgaven nu zijn een investering in een duurzame, zorgzame en inclusieve samenleving waar mensen zich graag voor elkaar willen inzetten. Dat verdient zich terug.

Wim Klei-Overklift Vaupel Kleyn is directeur van RadarAdvies.