Het belang van preventie

Nieuws - 11 april 2016

Zaadjes van twijfel planten bij meelopers. Signaleren als er in de klas extreme uitspraken worden gedaan. In gesprek gaan met ouders over hun kinderen die radicale gedachten koesteren. Keer op keer benadrukken wij de kracht van vroegtijdige preventie. Een geluid dat het publiek misschien niet direct wil horen na de recente aanslagen in Brussel. De aanslagen hebben ons ook opgeschrikt, maar ook gesterkt in de gedachte dat het werk dat wij doen, belangrijk is. Sinds 2012 ondersteunt en coördineert Radar, in opdracht van de Europese Commissie, het Radicalisation Awareness Network (RAN).

Radicalisation Awareness Network

RAN is een netwerk met inmiddels meer dan 2000 eerstelijnswerkers uit alle EU lidstaten, gericht op de uitwisseling van informatie en expertise. Wetenschappers en beleidsmakers zijn aangesloten, maar het betreft vooral praktijkprofessionals zoals docenten, jeugdzorgers en wijkagenten.

Preventie voorop

De lessen die uit het netwerk komen, hebben een gemeenschappelijke deler: preventie staat voorop. Repressieve maatregelen, zoals vervolging en het afnemen van paspoorten, zijn zeker nodig in de bestrijding van gewelddadig extremisme maar lossen het probleem niet structureel op. Natuurlijk moet je terroristen hard aanpakken, maar twijfelende jongeren zijn meer gebaat bij een luisterend oor en een goed gesprek.

Eerstelijnsprofessionals staan dichtbij de mensen die het gevaar lopen te radicaliseren. Zij kunnen, samen met familieleden, radicalisering in een pril stadium signaleren, en daarmee erger voorkomen. Zo miste een docente na de zomervakantie een meisje. Ze was naar het zogenaamde kalifaat. De docente belde met politie, jongerenwerk maar vooral ook met ouders van andere meisjes in haar klas. Ze won hun vertrouwen door die ouders als partners te zien, in plaats van als hotspots van terreur, en heeft daarmee verdere uitreis voorkomen.

Dit soort best practices worden gedeeld in het netwerk. Zodat eerstelijns professionals van elkaar kunnen leren, maar ook aanbevelingen kunnen doen voor overheid en maatschappelijke organisaties.

Dit artikel verscheen eerder in Binnenlands Bestuur (8 april 2016)