Meer dan grip: arbeidsmigratiebeleid tussen sturing en leefwereld

Perspectief

‘Grip op arbeidsmigratie’ is een geliefde bestuurlijke wens. Het staat in het regeerakkoord van D66, CDA en VVD en klinkt net zo vaak bij wethouders en ambtenaren in gemeenten waar veel arbeidsmigranten wonen of werken. Grip begint bij toezicht op uitzendbureaus, betere samenwerking en strakkere registraties. Noodzakelijke stappen, maar helaas is echte grip slechts beperkt mogelijk want het gaat om mensen. Mensen waarvan sommigen zich snel verplaatsen in de geflexibiliseerde arbeids- en huizenmarkt, terwijl een groeiende groep juist langer blijft en onderdeel wordt van de lokale gemeenschap. Dat blijkt zowel uit cijfers als uit kwalitatief en etnografisch onderzoek, waaronder dat van medeauteur Carolien Lubberhuizen.

arbeidsmigranten

Daarom pleiten wij voor een andere benadering. Een aanpak die niet probeert een dynamisch fenomeen te ‘vangen’ alsof het stil staat. Een aanpak die erkent dat grip niet alleen een bestuurlijke taak is, maar gepaard moet gaan met een menselijke benadering. Mensen bewegen, veranderen en uiteindelijk willen we allemaal een normaal leven. Dat is de echte vraag: hoe zorgen we dat wie hier komt werken, hier ook kan leven - samen, veilig en met perspectief - of dat verblijf nu kort is of langdurig

Een groeiende groep in een mistig systeem

Hoewel de totale migratie-instroom in 2023 en 2024 daalde, groeit het aantal arbeidsmigranten al jaren. Polen vormen nog altijd de grootste groep EU‑arbeidsmigranten, gevolgd door Roemenië, Spanje en Bulgarije. Dat klinkt overzichtelijk, maar achter de cijfers schuilen vertekende aannames en datalacunes. Verschillende instanties gebruiken uiteenlopende definities, niet-ingezetenen, gedetacheerden en zzp’ers zijn slecht zichtbaar, en zelfs binnen de groep ingezetenen valt een deel onder ‘gezinsmigrant’ terwijl arbeid óók voor hen de reden voor hun komst is. En: wanneer houdt iemand eigenlijk op arbeidsmigrant te zijn? Ondanks die mist staat één conclusie vast: er zijn veel arbeidsmigranten, en het worden er meer. Prognoses spreken van circa 1,2 miljoen arbeidsmigranten in 2030.

Die groei heeft gevolgen: een deel van de arbeidsmigranten werkt onder slechte omstandigheden tegen lage lonen. Deze groep heeft een groter risico om dakloos te raken, de druk op de woningmarkt maar ook sociale voorzieningen neemt toe, en sociale cohesie staat onder spanning. Rapporten van Koopmans, Roemer, de SER en het Interdepartementaal Beleidsonderzoek benadrukken al jaren dezelfde opgaven: minder afhankelijk worden van laagbetaalde arbeid, arbeidsmigranten beter in beeld krijgen, misstanden aanpakken, fatsoenlijke huisvesting organiseren, aandacht voor zorg en welzijn, betere informatievoorziening en vooral een samenhangende aanpak. Veel overheden zoeken daarom naar meer grip.

Hoe houd je bestuurlijke grip op een dynamisch vraagstuk?

Medeauteur Ilva Veul regioadviseur bij de VNG, ziet van dichtbij hoe gemeenten met dit dossier worstelen. Arbeidsmigratie raakt vele domeinen en vraagt om bestuurlijk commitment, maar verzandt vaak omdat het van iedereen lijkt en dus van niemand is.

 “Arbeidsmigratie is een domeinoverstijgend vraagstuk dat vraagt om bestuurlijk commitment, maar vaak verzandt omdat het van iedereen lijkt en dus van niemand is.” – Ilva Veul (regioadviseur arbeidsmigratie VNG)

Tijd en middelen ontbreken en urgentiebesef is niet altijd aanwezig. Beleid gaat over het algemeen uit van tijdelijk verblijf, terwijl onderzoek laat zien dat meer dan de helft van de arbeidsmigranten langer dan zes jaar blijft[1]

Levensverhalen in beweging

Dat blijkt ook uit de verhalen die Carolien Lubberhuizen verzamelde in haar promotieonderzoek[2]. Na lange reizen in kleine busjes belanden arbeidsmigranten op gedeelde kamers in onbekende steden en proberen hun weg te vinden. Vanuit daar zoeken ze stabieler werk en huisvesting, bouwen relaties op, voeden kinderen op en koesteren ambities, zonder precies te weten hoe ze verder kunnen komen en een toekomst kunnen opbouwen. Sommigen bouwen aan beter bestaan; anderen blijven omdat terugkeren geen optie is en ze vast komen te zitten. Zij verliezen werk, woning en zorgverzekering en raken uitgeput door voortdurende onzekerheid.

Op dit soort verhalen krijg je geen bestuurlijke grip. Terwijl precies daar de opgave ligt: beleid ontwikkelen dat meer beoogt dan grip houden, en daadwerkelijk aansluit bij de leefwereld van de mensen om wie het gaat. Zoals Wyktoria, een Poolse vrouw die Carolien sprak in Den Haag: ‘Ik werkte steeds een tijd in een kas en werd dan ontslagen of overgeplaatst. Iedere keer moest ik verhuizen of nieuw werk zoeken. Zekerheid had ik nooit; een vast contract kreeg ik niet. Ik besloot nooit bewust te blijven, maar nu woon ik hier al tien jaar en heb ik weinig kunnen opbouwen.’

Van grip naar inbedding

Voor vrouwen als Wyktoria gaat het om meer dan grip op haar als cijfer of bestuurlijk vraagstuk. Het draait om perspectief: bestaanszekerheid, een netwerk, rust en groeiend zelfvertrouwen, mogelijkheden tot ontwikkeling voorbij laagbetaalde, onzekere arbeid. Dat bereik je niet met enkel bestuurlijke grip op cijfers, of door toezicht te houden op, of samen te werken met, uitzendbureaus alleen. Zoals de Adviesraad Migratie[3] benadrukt, vraagt dit om investeren in samenleven. Dat betekent arbeidsmigranten niet langdurig wegstoppen op tijdelijke plekken, maar samenwerken met sleutelfiguren, initiatieven vanuit gemeenschappen ondersteunen en doorgroeikansen faciliteren die passen bij de ambities van arbeidsmigranten zelf.

Benieuwd hoe Carolien en Ilva uw gemeente kunnen ondersteunen bij zowel het verkrijgen van grip als het aansluiten bij de leefwereld van arbeidsmigranten?

Wij bieden daarvoor zowel een quickscan als bredere onderzoeks- en advies trajecten aan waarmee u direct aan de slag kan. We denken graag met je mee. (scroll naar beneden voor contactgegevens)

Carolien Lubberhuizen (PhD) – promoveerde aan de Universiteit Utrecht en KU Leuven naar de aankomst en integratie van EU-arbeidsmigranten. Bij RadarAdvies onderzoekt ze verder hoe gemeenten toekomstbestendig arbeidsmigratiebeleid kunnen ontwikkelen.

Ilva Veul (MSc) – is senior regioadviseur arbeidsmigratie bij de VNG en adviseert gemeenten onder andere bij het verbeteren van de registratie van EU-arbeidsmigranten. 

[1] Loomans, Dolly. 2026. ‘Navigating housing beyond arrival. The trajectories of EU labour migrants in the Netherlands.’ Proefschrift. Universiteit van Amsterdam.

[2] Lubberhuizen, Carolien. 2025. ‘Infrastructuring arrival and beyond. An infrastructural ethnography of agricultural labour migration in Westland and Haspengouw.’ Proefschrift. Universiteit Utrecht en KU Leuven.

[3] Adviesraad Migratie. 2025. ‘Investeren in samenleven. Hoe arbeidsmigranten beter ingebed kunnen worden in de Nederlandse samenleving.’ 

Dit artikel delen