Meer grip op bewindvoering schuldenproblematiek

Gemeenten zien de kosten van bewindvoering steeds verder toenemen en hebben weinig grip op de kwaliteit, zo blijkt uit onderzoek van Investico en Nieuwsuur. Mensen die onder bewind staan, kunnen hier de dupe van worden. Maar er zijn wel degelijk mogelijkheden om meer grip te krijgen op de kwaliteit en het aantal bewindvoeringen. Bijvoorbeeld door het maken van een convenant en te investeren in uitstroom door het bieden van diagnose, begeleiding en warme overdracht.

Bewindvoering is voor een bepaalde groep inwoners een waardevol instrument. Het creëert rust voor de klant. Ook medewerkers in de zorg en maatschappelijke ondersteuning zien dat. Door de geldzaken en geldzorgen bij een bewindvoerder neer te leggen, zo is het idee, kunnen uitvoerders beter de achterliggende problemen van de klant aanpakken.

Grip op bewind

Voor (meer) grip op bewind zijn er namelijk wel degelijk mogelijkheden. Wij bespreken hier vier mogelijkheden die u als gemeente kunt oppakken:

In een convenant kan de gemeente met bewindvoerders afspraken maken over de communicatie, de werkprocessen, taakverdeling en kwaliteitsborging bij bewindvoering binnen uw gemeente.

De gemeente kan vervolgens met een accountmanager bewaken of de (convenant)partners zich aan de afspraken houden. Het niet nakomen van of niet deelnemen aan een convenant kan niet leiden tot uitsluiting van vergoeding vanuit de bijzondere bijstand. Wel kan de gemeente toeleiding naar die (convenant)partners beïnvloeden door van toeleiders te vragen deze aanbieders van bewindvoering niet meer aan te raden bij de klant. Daarmee wordt het aantrekkelijk voor bewindvoerders om convenantpartner te worden en te blijven.

De BPBI, de Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders, heeft in haar project ‘samen verder’, ondersteund door het ministerie van SZW, een concept-convenant opgesteld. Dit kunt u hier vinden.

Toeleiders zijn veelal uitvoerders binnen de gemeente, zorgaanbieders en maatschappelijk werkers die de schuldenproblematiek signaleren bij de klant. Vaak zijn zij het die (samen met de klant) op zoek gaan naar een bewindvoerder en de procedure tot bewindvoering in gang zetten. Voor veel toeleiders is het de snelste route naar ontstressing van de klant met problematische schulden.

Echter blijkt in de praktijk dat het instrument ‘bewindvoering’ in veel gevallen te zwaar is. Tussen financiën in eigen beheer houden en bewindvoering inzetten zitten nog veel  mogelijkheden. Zo bieden veel gemeenten (goedkoper) budgetbeheer aan en zijn er verschillende vrijwilligersorganisaties (veelal kerkelijke actief bij het ondersteunen bij financiële problematiek.

Door afspraken met toeleiders te maken op het gebied van de toegang, kunnen gemeenten goedkopere en beter op de klant toegesneden dienstverlening bieden aan de klant. Belangrijke voorwaarde hiervoor is dat de gemeente passende alternatieven heeft.

Afspraken met de rechtbank zijn steeds gebruikelijker. Rechtbanken en gemeenten willen beide dat de klant op de juiste manier geholpen wordt. De rechtbank kan de gemeente vragen te onderzoeken of bewindvoering wel het juiste instrument is voor de klant en gemeente kunnen signalen geven als de bewindvoerder onder de maat presteert.

Gemeenten kunnen bijdragen aan de uitstroom door het bieden van diagnose, begeleiding en warme overdracht. Het is vaak lastig vast te stellen wat nodig is om ervoor te zorgen dat iemand weer financieel zelfredzaam is. Daarin kunnen gemeenten faciliteren. Bijvoorbeeld door de klant actief te begeleiden richting financiële zelfstandigheid. Begeleiding die overigens niet stopt als de klant niet meer onder bewind staat. Nazorg is van belang om een terugval te voorkomen. Een warme overdracht tussen bewindvoerder en (budget)begeleiding vanuit de gemeente is hiertoe een must.

Lees meer over dit onderwerp op de website van Binnenlands Bestuur.