Vrijwilligers in overvloed voor mentorprojecten

7 april

Steeds meer vrijwilligers melden zich verspreid over het land aan voor mentorprojecten. De halve dag per week die het de vrijwilliger kost om een risicojongere te coachen vormt geen barrière. Radar heeft de afgelopen twaalf jaar zo'n veertig mentorprojecten door het hele land opgezet, uitgevoerd en/of geëvalueerd.


Opvallend is ook dat drukke studenten, tweeverdieners met een gezin en succesvolle allochtonen, de plaats innemen van de klassieke vrijwilligersgroepen met voldoende tijd. Deze conclusies trekken Omar Ramadan en Arnaud Brix van Radar.

 

Drukke dertiger verdringt oudere met tijd

Nieuwe doelgroepen hebben het vrijwilligerswerk ontdekt, in ieder geval bij de vele mentorprojecten. Deze projecten verwelkomen volop studenten, allochtonen en dertigers met een drukke baan en opgroeiende kinderen. Klassieke vrijwilligersorganisaties draaien daarentegen op een krimpend bestand van oudere autochtonen aan het eind van hun maatschappelijke carrière.

 

Zingeving en iets terug doen

Drukke tweeverdieners met goede banen motiveren hun aanmelding voor een mentorproject vaak vanuit de behoefte aan zingeving. Succesvolle allochtonen willen als rolmodel iets betekenen voor een ander. Niet voor een goed doel ver van huis, maar voor jongeren uit hun eigen stad of omgeving. De economische recessie leidt niet tot een focus op het eigen inkomen, maar juist tot de behoefte om zich onbetaald in te zetten voor anderen. Deze nieuwe vrijwilligersgroepen vallen in de smaak bij de risicojongeren die een coach en rolmodel nodig hebben.

 

Moderne toon

Mentorprojecten werven vrijwilligers steeds vaker op een andere toon dan de oorspronkelijke vrijwilligersorganisaties gewend zijn. Zo staat regelmatig vermeld dat de vrijwilliger er zelf ook iets aan heeft, onder meer door verruiming van het blikveld. Men is minder beducht voor vrijwilligers die het alleen te doen zou zijn om hun cv.