Iedereen realiseert zich dat kostenbesparingen nodig zijn. Zestig procent wil besparen via meer preventieve jeugdzorg, zodat minder kinderen afhankelijk zijn van dure, specialistische zorg.
RadarAdvies en Seinpost, beide onderdeel van de RadarGroep, hebben een representatieve enquête gehouden onder 54 wethouders en 53 gemeentelijke wethouders/afdelingshoofden. Dit onderzoek is op eigen gezag en onafhankelijk van een opdrachtgevers uitgevoerd.
Bijna alle gemeenten zijn inmiddels begonnen met voorbereidingen op de transitie jeugdzorg. De meeste daarvan bevinden zich echter nog in de fase van oriëntatie en kennisvergaring. Ongeveer de helft van de respondenten weet welke instellingen in hun gemeente jeugdzorg leveren, en hoeveel van hun inwoners daar gebruik van maken. De andere helft van de wethouders en directeuren weet dat (nog) niet. Behalve bij de jeugdzorg vindt ook decentralisatie plaats bij de Awbz-begeleiding en de Wet werken naar vermogen (Wwnv). De helft van de respondenten start de vormgeving van de stelselwijzigingen los van elkaar, maar zal gedurende het proces dwarsverbanden leggen. Een kwart pakt de drie stelselwijzigingen vanaf het begin integraal op.
De respondenten betrekken hun partners volop in de transitie. Bijna alle respondenten willen bij de transitie jeugdzorg samenwerken met andere gemeenten in de regio, het onderwijs betrekken en gebruik maken van de kennis van Bureau Jeugdzorg. Over de rol van het Centrum voor Jeugd en Gezin is men minder stellig. De helft ziet een centrale rol voor het CJG weggelegd, de andere helft beraadt zich nog op de plaats voor het CJG in het nieuwe stelsel. Driekwart van de respondenten betrekt het Veiligheidshuis en het Steunpunt Huiselijk Geweld in de transitie jeugdzorg.
Zes op de tien respondenten geeft aan nog geen beeld te hebben van de financiële consequenties van de transitie. Minder dan een vijfde weet hoeveel geld er op dit moment, dus voor de transitie, gemoeid is met de jeugdzorg in hun gemeente. Dat kostenbesparingen nodig zullen zijn, is duidelijk. Een derde denkt dat kwaliteitsverlies onvermijdelijk is. Zestig procent wil meer preventieve jeugdzorg en ziet dat als een manier om kosten te besparen. Preventie is voor hen een belangrijk instrument om te voorkomen dat kinderen en jongeren in dure specialistische zorg terechtkomen. Twee derde van de respondenten oriënteert zich voor de transitie op de eigen kracht van burgers.